Welke dakhelling hoort bij welke dakpan?
Gepubliceerd Laatst gecontroleerd Door Ivo Welgraven
Het korte antwoord
Elke dakpan heeft een minimale dakhelling die de fabrikant voorschrijft. Voor gangbare keramische en betonpannen ligt die tussen ongeveer 20 en 30 graden; vlakke pannen vragen er meestal ruim 30 en holle pannen komen soms lager uit. Ligt het dak flauwer dan de pan aankan, dan is de pan geen waterdichte laag meer maar alleen een regenscherm, en moet er een waterkerend onderdak onder liggen. Dat is de reden dat sommige daken alleen bij harde wind en slagregen lekken en de rest van het jaar niets doen.
- Gangbare pannen
- 20 tot 30 graden
- Vlakke pannen
- Vanaf ongeveer 30 graden
- Onder de eis
- Waterkerend onderdak nodig
Precieze eis staat in het voorschrift van de fabrikant
Een pannendak is geen waterdicht dak. Dat klinkt als een fout, maar het is het uitgangspunt: pannen liggen los over elkaar en houden het water tegen doordat het er onder zijn eigen gewicht overheen loopt. Zodra de helling te flauw wordt voor het model dat erop ligt, werkt dat mechanisme niet meer goed en komt er bij slagregen water achter de overlap.
Daarom heeft elke pan een minimale dakhelling. Niet als richtlijn, maar als voorwaarde waar de fabrikant zijn garantie aan verbindt.
Wat de minimale dakhelling betekent
De pan houdt het water tegen door drie dingen tegelijk: de overlap met de pan eronder, de zijsponning waar hij in de buurpan valt, en de snelheid waarmee het water wegloopt. Die snelheid komt van de helling.
Bij een steil dak is het water er al af voordat de wind er iets mee kan. Bij een flauw dak blijft het langer in de sponning staan, en dan is er maar weinig wind nodig om het een paar centimeter terug te duwen. Precies zo ver dus als de overlap breed is.
Dat verklaart het patroon waar veel mensen niets van begrijpen: een dak dat jarenlang niets doet en dan bij één noordwesterstorm ineens twee natte plekken heeft. Dat is geen gat. Dat is een dak dat op de grens van zijn helling ligt.
De vuistregels per pantype
| Soort pan | Gebruikelijke ondergrens | Waar u ze ziet |
|---|---|---|
| Holle en oud-Hollandse pannen | Ongeveer 22 tot 25 graden | Oudere woningen, boerderijen |
| Gangbare keramische en betonpannen | Ongeveer 20 tot 30 graden | Naoorlogse woningbouw |
| Grote sneldekpannen | Ongeveer 17 tot 22 graden | Jaren zestig tot tachtig |
| Vlakke pannen en leipannen | Ongeveer 30 graden en steiler | Strakke architectuur, nieuwbouw |
| Grootformaat lowpitchsystemen | Tot rond de 10 graden, alleen als systeem | Aanbouwen, moderne nieuwbouw |
Dit zijn bandbreedtes en geen normen. Wat voor uw dak geldt, staat in het verwerkingsvoorschrift van het pantype dat erop ligt, en dat verschilt per fabrikant en per serie. De Nederlandse beoordelingsrichtlijn voor dit werk is BRL 1513, met aparte delen voor betonpannen en keramische pannen. Daarin staat ook dat er onder de voorgeschreven helling een waterkerende laag onder de pannen hoort.
Hoe u uw eigen dakhelling meet
U hoeft er het dak niet voor op. Ga naar zolder en zoek een spant of een stuk dakbeschieting dat vrij ligt.
- Meet langs de dakbeschieting één meter horizontaal af.
- Meet hoeveel het dak op die meter omhoog loopt.
- Deel de tweede maat door de eerste. Dat is de verhouding.
Ter vertaling: 36 centimeter stijging op een meter is ongeveer 20 graden, 47 centimeter is ongeveer 25 graden, 58 centimeter is ongeveer 30 graden en 100 centimeter is precies 45 graden. Een hellingmeter op een telefoon, plat tegen de dakbeschieting gehouden, werkt net zo goed en is sneller.
Wat u doet als de helling krap is
Zit u onder of vlak op de ondergrens van uw pantype, dan is de pan vervangen zelden het antwoord. Het onderdak is dat wel.
Een waterkerende laag onder de pannen. Bij een dak zonder onderdak, en dat zijn vrijwel alle woningen van voor de jaren zeventig, ligt er niets tussen de pannen en de zolder. Wat er onder de pannen doorwaait, komt binnen. Een waterkerend en dampdoorlatend membraan lost dat op, maar het kan alleen worden aangebracht als de pannen eraf gaan.
De overlap vergroten. Bij het opnieuw leggen van hetzelfde pantype kan de panlatafstand kleiner worden gezet, waardoor de pannen verder over elkaar vallen. Dat kost meer pannen per vierkante meter en het kan niet onbeperkt, maar het scheelt bij een dak dat net te krap ligt.
Extra bevestiging bij de randen. Bij een flauw dak vangt de rand de meeste wind. Pannen die daar los liggen, komen omhoog en laten water door zonder dat er iets kapot is.
Wordt uw dak toch al gestript voor isolatie, dan is dit het moment waarop alle drie tegelijk kunnen. Erna kan het niet meer zonder de pannen er opnieuw af te halen, en dat is het duurste deel van het werk.
Waar het misgaat bij een verbouwing
De meest voorkomende fout is een aanbouw of een uitbouw met een flauw pannendakje dat visueel bij het hoofddak moet passen. De pannen van het hoofddak worden doorgetrokken naar een dakje van vijftien graden, waar ze niet voor gemaakt zijn. Dat lekt niet meteen. Het lekt in het derde jaar, bij storm, en dan is de aannemer weg.
Vraagt iemand u om dezelfde pan op een flauwer vlak, vraag dan expliciet welke minimale helling het voorschrift van die pan noemt en wat er onder komt te liggen. Is het antwoord dat het “met deze pannen altijd goed gaat”, zoek dan iemand anders.
Veelgestelde vragen
Wat is de minimale dakhelling voor dakpannen?
Dat verschilt per model. Gangbare keramische en betonpannen vragen ongeveer 20 tot 30 graden; vlakke modellen zitten daarboven en sommige holle pannen eronder. De fabrikant schrijft per pan een minimum voor en dat voorschrift is bindend, niet een algemeen getal. Onder die grens mag de pan wel, maar dan met een waterkerend onderdak eronder.
Hoe meet ik mijn dakhelling zelf?
Meet op zolder langs een spant een horizontale afstand van bijvoorbeeld honderd centimeter en meet hoeveel het dak op die afstand stijgt. Vijftig centimeter stijging op honderd centimeter is ongeveer 27 graden, honderd op honderd is precies 45 graden. Een waterpas met hoekmeter of de hellingmeter op een telefoon tegen de dakbeschieting werkt ook.
Kunnen er pannen op een bijna plat dak?
Alleen als systeem, niet als losse pan. Er bestaan grootformaatpannen die met een waterdicht onderdak en extra bevestiging tot rond de tien graden zijn toegelaten, maar dan is het onderdak de waterdichte laag en zijn de pannen de afwerking. Een gewone pan op zo een dak gaat lekken.
Waarom lekt mijn dak alleen bij harde wind?
Omdat een pannendak geen waterdichte laag is maar een regenscherm dat op afschot werkt. Bij windstille regen loopt het water netjes over de pannen weg. Bij slagregen wordt het water tegen de overlap in geduwd en komt het erachter. Is de dakhelling krap voor het pantype of ontbreekt het onderdak, dan is dat precies het weer waarin het misgaat.
Mag ik een ander type pan op mijn bestaande dak leggen?
Alleen als de minimale dakhelling van de nieuwe pan gehaald wordt en de panlatafstand klopt. Een vlakke pan op een dak van vijfentwintig graden is geen kwestie van smaak maar een fout, en de meeste fabrikanten geven op zo een dak geen garantie. Laat de dakdekker het verwerkingsvoorschrift van de nieuwe pan erbij pakken voordat u kiest.
Bronnen en verder lezen
- Gebouwschil Nederland over BRL 1513, dakdekken hellende daken · De Nederlandse beoordelingsrichtlijn voor het aanbrengen van pannen en leien
- Milieu Centraal over dakisolatie · Achtergrond bij onderdak, isolatie en ventilatie in een hellend dak
Verder in deze gids
Sneldekpannen
Grote pannen die met minder stuks per vierkante meter een dak dichtleggen. Wat ze zijn, waar ze kwetsbaar zijn en waarom vervangen lastiger kan zijn.
MaterialenLevensduur van dakpannen
Keramische pannen halen makkelijk vijftig jaar, maar het folie eronder niet. Waarom de pannen zelden het probleem zijn en de laag eronder wel.
OorzakenWaar een pannendak lekt
Een pannendak is waterkerend, niet waterdicht. Daarom zitten lekkages bij de nok, de kilgoot, de schoorsteen en het folie, zelden bij één losse pan.